2016 Traject Oberwesel – Ellwangen

Een kort overzicht van de hele route staat hier.

Op weg naar de proloog – maandag 29 augustus 2016
Dieren – DB Bahnhof Empel-Rees

Vroeg opstaan deze eerste dag, er zou vannacht nog een frontje passeren met wat regen. Als ik om half 6 op de buitenradar kijk is het al gepasseerd, buiten is alles droog en is hier in Dieren niets gevallen.

Als ik wil vertrekken valt het mij op dat de voorband minder hard is dan gisteren. Geen risico deze morgen, ik trek de binnenband rustig 3 maal door een emmer water maar vind niets. Waarschijnlijk heeft toch een deel van het Franse ventiel niet goed vast gezeten. Gisteren zat het bovenstuk van dit ventiel nogal vast voordat ik de band nog heb kunnen bijpompen. Uiteindelijk vertrek ik toch met een klein vraagteken richting de Achterhoek; wat is er loos met die voorband?

De route loopt vanaf Doesburg langs de Oude IJssel richting Doetinchem. Als ik in Doetinchem op een gegeven moment even stil sta en op mijn GPS  en de borden kijk welke weg ik precies moet hebben, ziet een meisje van een jaar of 16 mij staan en lacht mij vriendelijk toe. Ze zal wel gedacht hebben “die ouwe is zeker verdwaald” 😉 Ook voorbij Doetinchem volg ik min of meer het traject van de Oude IJssel met mooie oude industriële panden in Ulft.

Af en toe valt te zien dat het frontje plaatselijk nog wel een beetje nattigheid heeft achtergelaten. De voorband blijft gewoon op spanning, dus waarschijnlijk heb ik dat Franse ventiel met de Franse slag vast gedraaid. De rit loopt voorspoedig en na 3 uur fietsen ben ik in Empel-Rees op het station. Hier komt de eerste uitdaging. Het perron waar de trein vertrekt is een eilandperron, er is geen lift, alleen een tunnel zonder fietsgoot, ik moet met de fiets de trap af. Normaliter vertrekt de trein van spoor 1, maar vanwege werkzaamheden vertrekt de trein nu van spoor 2. Deze werkzaamheden zijn er ook de oorzaak van dat ik in Empel-Rees moet vertrekken, want verder richting Emmerich rijdt de trein niet, maar een bus. Anders was ik wel in Emmerich opgestapt. Als ik een vrouw vraag of de trein op spoor 2 de trein naar Koblenz is bevestigt zij dat en ik begin maar even mijn tassen aan de achterzijde te verwijderen. Met een volgeladen fiets de trap af is me te zwaar. Terwijl de vrouw ziet dat ik de tassen aan de achterkant er afhaal, biedt zij aan om deze tassen te dragen. Nou graag, ze levert de tassen keurig bij de trein af. De eerste aardige Duitser die ik ontmoet, er zouden nog vele volgen deze week. Zie zo, de hele equipe staat in de trein en ik kan aan de treinreis beginnen die bijna 4 uur in beslag gaat nemen.

Treinreis DB Bahnhof Empel-Rees – DB Bahnhof Oberwesel

Het eerste stuk van de treinreis gaat met de Regional Express naar Koblenz. Ik ben de enigste fietser in het fiets compartiment. Onderweg eet ik mijn maaltijdsalade op die mooi koel is gebleven met een ingevroren  plastic flesje water. Ergens in de buurt van Köln stappen 2 Belgische jongens in van een jaar op 20. Ze komen uit Vlaanderen aan hun gesprek te horen. De ene zet zijn fiets achter een paal, maar de andere zet zijn fiets tegen de wand. Als ik hem vertel dat je je fiets ook vast kunt zetten, vraagt hij mij hoe dan. Ik wijs hem op een oog en de stevige AXA ketting die hij bij zich heeft. Dat je je fiets wilt laten ompleuren in een trein die schommelt vind ik best, maar het is een beetje jammer dat ik mijn fietstocht moet beginnen met een ongeleid Vlaams projectiel wat zich in mijn bagage boort. Ik heb namelijk geen duct tape bij mij, alleen tie wraps, die mij later deze week nog goed van pas zullen komen.

Op een gegeven moment raak ik met de Vlamingen aan de praat, ze gaan met de trein naar Freiburg in het zuiden van Duitsland en vandaar gaan ze op de fiets naar Lyon in Frankrijk. Ook zij moeten op Koblenz Hbf overstappen, we wensen elkaar daar verder een goede reis en gaan ieder onze eigen weg. Gelukkig heeft het station in Koblenz een lift, wat ik van te voren op de website van de DB al had uitgezocht. Nu nog een klein stukje met de regionale trein naar Oberwesel. Regelmatig herken ik delen waar ik verleden jaar heb gefietst, om even over half 4 kom ik op het station in Oberwesel aan. Een groot deel van de treinreis was het bewolkt, maar geleidelijk aan werd deze bewolking wel dunner, het mooie weer voor de komende dagen kan beginnen.

Etappe 6, maandag 29 augustus 2016, Oberwesel – Bingen am Rhein

We zijn weer op het eindpunt van verleden jaar op 6 augustus en inmiddels is de zon flink doorgebroken. De eerste etappe, we zullen het maar de proloog noemen, gaat langs de Rhein over 25 km naar Bingen am Rhein. Het fietspad ligt tussen de Rhein en de spoorbaan. Op sommige plekken liggen de zandzakken nog tegen het talud van de spoorbaan. Het is maar goed dat ik eind juni de tocht niet gemaakt heb met het hoge water, wat zolang heeft stand gehouden deze voorzomer. Ik had dan waarschijnlijk op de drukke weg aan de andere kant van de spoorbaan moeten fietsen.

Als ik in Bingen am Rhein aan kom moet ik de spoorbaan over, nu is dat niet zo’n probleem, maar er komt blijkbaar een trein aan, want ze hebben de spoorbomen naar beneden geknald. Ik sta naast een stel, 40-ers schat ik, en als ze mijn fiets zien spreken ze mij gelijk in het Nederlands aan. Het zijn 2 Alkmaarders met een bekend routeboekje onder de snelbinder, valt mij even later op. We raken aan de praat, tijd zat, want de spoorbomen blijven zo’n 10 minuten naar beneden. Het is hier een drukke spoorbaan met veel goederenvervoer wat vanaf de Betuwelijn komt richting zuid-Duitsland en de Alpen door moet richting Italië. Ze zijn met de trein naar Roermond gegaan en vanaf daar met de fiets vertrokken, ze hebben ook de afgelopen week gefietst, toen hier in de regio temperaturen van zo’n 36-37 graden zijn gemeten. Ze fietsen deze week nog wat etappes en gaan dan weer terug met de trein. De bomen gaan weer open, we wensen elkaar een goede reis en ik fiets de laatste kilometer naar de camping.

De camping is een typische Duitse rivier camping compleet met Biergarten. De campers staan aan het water en de rest staat tweede rang. Als ik mijn tent ga opzetten staat er toch best een flinke wind. De telescoopstokken hebben er niet echt zin in en als in de tweede boog wil vastzetten, dondert de eerste weer om. Een Engelsman die ik al even bij de receptie heb ontmoet en met zijn gezinnetje schuin tegenover mij staat ziet dit en biedt gelijk even zijn hulp aan om de eerste boog vast te houden. Hij is met zijn vrouw en twee kleine kinderen, ik schat 3-4 jaar oud, met de boot van New Castle naar IJmuiden gekomen en vanaf daar zijn ze hierheen gefietst. Ze zijn al 6 weken onderweg, ik neem aan dat ze met 2 kleine kinderen in de fietsaanhanger maar kleine stukjes fietsen  en vervolgens een paar dagen op een camping blijven hangen. De tent vastzetten is ook nog een dingetje, afgelopen week is het hier bloedheet geweest en de grond is keihard, ik krijg de haringen er maar een paar centimeter in. Toch maar eens kijken of ik ergens een hamer kan lenen, zo’n ding is veel te zwaar om op de fiets mee te nemen. Per slot van rekening is er op een camping altijd wel een hamer of een steen te organiseren. Het wordt een steen, achter mij staat een soort van stacaravan en daar ligt een mooie klinker in de tuin. De eigenaar, die niet aanwezig is, vindt het vast wel goed dat ik hem even leen. Ik ram de haringen een klein eind de grond in zodat de tent voldoende vastzit en ik die krengen er morgenochtend ook nog een beetje gemakkelijk uit krijg.

Als de slaapplek weer gereed is ga ik douchen. Als ik in de douche ruimte sta zie ik opeens dat je een muntje nodig hebt voor het warme water. Bij Jupiter, ik heb vergeten een muntje te kopen bij de receptie. Het is wel goed zo, dan maar koud water, morgen beter zullen we maar denken.

’s Avonds maak ik vanaf de camping nog een foto van de pijlers van de Hindenburgbrücke. Deze brug verbond voor de oorlog de westelijke en de oostelijke Rijnoever met elkaar. In het begin van de oorlog heeft deze brug al grote schade opgelopen, maar de Duitsers hebben zelf de rest opgeblazen toen de Amerikanen in aantocht waren.

Nog even een korte wandeling gemaakt en gezien dat hier net buiten de camping een bakkerij zit, die gaan we morgenochtend eerst bezoeken. De eerste dag met de proloog zit erop. Omdat het al bijna september is begint het ’s avonds al wel vroeg donder te worden, je kunt niet alles hebben 😉

Etappe 7, dinsdag 30 augustus 2016, Bingen am Rhein – Hemsbach

“Moet ik soms dwars door je heen fietsen?”

’s Ochtends om 4:30 wordt ik wakker van sirene’s, het klinkt als een luchtalarm. Ik weet niet wat het is. Ik kan mij niet voorstellen dat ze hier een collectieve wekker hebben. Ik ben wel van vroeg opstaan, maar half 5 vind ik ook wel aan de vroege kant. Later hoor ik ook sirene’s van hulpdiensten, er zal wel ergens in een fabriek iets fout gegaan zijn, met deze ‘geruststellende’ gedachte val ik nog even in slaap.

Ik pak het ritueel van verleden jaar weer snel op, opstaan, aankleden, wat eten, koffie drinken, of wat er op lijkt, en de hele handel inpakken. Om half negen, nadat ik de Engelsen gedag heb gezegd, zit ik al weer op de fiets.

Eigenlijk neem ik direct na de camping afscheid van de Rhein. Vanaf Remagen tot aan Bingen am Rhein heb ik langs de rivier gefietst op mooie fietspaden en mooie uitzichten op de andere oever. Nu gaan we het licht glooiende landschap van Rheinhessen doorkruisen om bij Nierstein ten westen van Darmstadt de Rhein over te steken later op de dag.

Als ik in Ingelheim, dat ligt iets ten zuidwesten van Mainz, voor een stoplicht wacht om over te steken heb ik er even geen erg in dat ik het fietspad aardig blokkeer. Een passeerde Duitser, was blijkbaar met zijn verkeerde been uit bed gestapt, want hij schreeuwt iets tegen mij of hij dwars door mij heen moet fietsen. Als je dat nodig vindt dan moet je dat doen denk ik, maar je zult dan wel zelf de rommel moeten opruimen, want ik kan je er dan waarschijnlijk niet meer mee helpen.

Even verderop sta ik stil en bekijk de route op mijn GPS, ik sta te overwegen of ik hier het centrum in rij om wat drinken en proviand in te slaan, of verderop op de route. Twee Duiters op een racefiets, die mij tegemoet komen, zeggen lachend “Immer gerade aus.“. Ik wil nog zeggen “rechts um die Ecke“, maar volgens mij is dat een foute grap van 75 jaar geleden 😉

Als ik in het volgende dorp kom, is Ortsmitte maar 400 meter van de route af, maar wel flink klimmen. Als ik een stel 20-ers naar een bakker vraag dan is het enigste wat ze zeggen “Keine Sprache.“, waarschijnlijk zijn het twee Polen, want ze komen uit een huis met een auto met Pools kenteken voor de deur. Uiteindelijk kom ik bij een bakker met in de koeling alleen maar een paar pakken volle melk. Als ik vraag of ze nog meer drinken hebben, krijg ik te horen dat er over twee dagen weer nieuwe voorraad komt. Ik hoop niet dat ze denken dat ik 2 dagen in mijn slaapzak voor de deur blijf liggen.

In het volgende dorp heb ik meer succes, ik moet wel weer extra klimmen om in Ortsmitte te komen, maar dan heb je ook wat. Ik sla flink wat drinken in, de bidons worden weer goed gevuld en de rest drink ik op en lege glaswerk wordt gelijk weer in ontvangst genomen. Het middenstandsassortiment van dit dorp heeft wel een wonderlijke verdeling: 1 bakker en 8 wijnproeverijen.

Het is een mooie route met niet al te stevige klimpartijen. De fietspaden zijn niet altijd even best, in sommige zitten flinke scheuren, alsof er een aardverschuiving is geweest. Soms lopen de scheuren precies in de fietsrichting en dan is het oppassen geblazen. Er zit één stevige klim in en dat baart mij wel wat zorgen voor vrijdag, als de zwaarste etappe op het programma staat.

Als ik in Nierstein kom, moet ik de Rhein oversteken met een pont. Als ik Nierstein nader fiets ik wat hoger, wat mij een mooi uitzicht naar omlaag geeft. Ik zie daar een Rewe supermarkt, wel van de route af, maar de afdaling valt mee, dus eerst Einkaufen machen, want de proviand spiegel begint weer te dalen. Ik zet de fiets op slot met alle bagage erop en neem mijn stuurtas mee. Ik sla weer voldoende vocht in, een vruchtenyoghurt en een fruithapje. De vruchtenyoghurt wordt direct opgegeten, omdat ik op de fiets geen koeling heb, mijn koelelement van gisteren is volledig ontdooit en inmiddels opgedronken.

Aan de overzijde van de Rhein is het landschap vlak en de kilometers trap ik vlot weg, waarbij ik een mooie oude zijtak van de Rhein passeer en wat verderop staan er telescoop schotels in het landschap. Ik vermoed dat deze laatste van de ESA in Darmstadt zijn. Op een gegeven moment halen mij 2 Duitsers in op een racefiets, de ene blijft naast mij rijden en vraagt waar ik vandaan kom en naar toe ga. “Respect, respect” is zijn antwoord. Ze kwamen precies op tijd voorbij moet ik eerlijkheidshalve zeggen, want ik zat na zo’n 70 km wel in een dipje. Zo’n meerdaagse tocht is niet alleen maar halleluja, zo af en toe kom je ook in gevecht met jezelf. Met op dit moment nog bijna 40 km voor de boeg vraag je je dan af waar je aan begonnen bent. Maar dank zij deze 2 Duitsers, zit de spirit er weer in en nader ik de plaats Lorsch met zijn mooie vakwerkhuizen.

De campings zijn niet zo dik gezaaid hier direct aan de route. Het landschap hier ten noordoosten is vlak, maar een paar kilometers naar het oosten wordt het heuvelachtig. Ik moet in Hüttenfeld van de route af en 4 km extra naar het oosten fietsen naar een camping in Hemsbach. Gelukkig hoef ik niet te klimmen, want met 108 km op de planning wordt dit de langste etappe voor dit jaar.

De camping in Hemsbach is een passantencamping, een camping die veel gebruikt wordt als overnachting voor vakantiegangers van noord naar zuid of andersom. Als ik incheck krijg ik zelfs een plaatsnummer, ik mag kiezen uit de nummers 21 t/m 23, deze zijn speciale voor trekkerstenten. Op 1 plek staat al iemand, een simpele rekensom leert dat er dan nog twee plaatsen over zijn waar ik uit mag kiezen. Ik heb van mijn fout van gisteren geleerd en informeer direct even of ik ook een muntje nodig heb voor het douchen. Dat blijkt inderdaad zo te zijn, ik had ook niet anders verwacht. De vrouw achter de balie vertelt mij ook nog even dat ik maar 4 minuten warm water heb. Maar vertelt ze, als ik tijdens het inzepen de kraan dicht draai dan stopt de tijd ook. Kijk, dat is nou weer vriendelijk. Als je bij de apotheek in Nederland een recept haalt en ongevraagd een advies krijgt mag je gelijk 6,50 euro extra betalen voor dit advies. Maar ik scoor hier toch even een gratis wasvoorschrift.

Dat het een passantencamping is merk ik in ieder geval aan het tarief (hoog) en de aantal vierkante meters voor mij tent (laag). Ik begin het businessmodel van een passantencamping donders snel te begrijpen. Ik kies plaats 23, op plaats 21 staat een aardige jongeman van een jaar of 20 die onder de indruk is van mijn fietstocht. Hij wijst mij nog even de weg naar het douche en toilet gebouw.

Behalve de buurjongen ben ik ook zelf wel onder de indruk van de prestaties van vandaag, 108 km fietsen met volle bepakking en in het begin ook nog heuvels. Ik ga eerst eten en daarna douchen. Vanavond staat er een mooi 3-gangen menu op het programma. De eerste gang bestaat uit pasta met saus. Dat water kookt trouwens bloedsnel met die gasbrander, veel sneller dan thuis. Gang-2 bestaat uit een korte fietstocht, zonder bepakking, naar de Edeka supermarkt, hier 1 km vandaan. Bij de supermarkt koop ik namelijk een lekker toetje, dat is dan tevens de derde gang die ik weer bij de tent op eet.

Bij het afwassen ontmoet ik een stel uit Twente, iets ouder dan ik, ze zijn op reis naar huis vanuit Oostenrijk. Ik heb er even mee staan praten. Altijd leuke lui die Tukkers. Het begint inmiddels te schemeren en ik moet nog douchen. Ik ben er voor vandaag wel klaar mee en trek na het douchen maar gelijk mijn korte pyjama broek aan en loop zo naar mijn tent.

Etappe 8, woensdag 31 augustus 2016, Hemsbach – Heidelberg – Mörtelstein

“Amsterdam en de coffeeshops”

Ik heb dit jaar ook wat zonnebrandinsmeerspul mee genomen, dat heb ik gisteren gebruikt, en het heeft goed gewerkt. Ik zal vandaag ook mijn neus insmeren, die was ik gisteren vergeten en er loopt nu een rode streep over mijn neus, zie ik vanmorgen bij het wassen en aankleden.

Als ik ’s ochtends vertrek zie ik de Tukkers nog bij hun caravan. Ik wens ze voor donderdag een goede reis als ze terug gaan naar Nederland. Zij wensen mij een goede reis en drukken mij op het hart goed uit te kijken. Dat zal ik zeker doen. Ik pak de route weer op waar ik hem gisteren heb verlaten. Het gaat nu richting Heidelberg. Ik val blijkbaar wel op met mijn bagage, want een Duitser die mij inhaalt vraagt waarheen de reis gaat. Ik zeg “Nach Ellwangen am Freitag.” Hij weet waar dat is en is onder de indruk. Ik weet niet eens of ik het ga halen, maar alleen al door het uit te spreken geeft het een goed gevoel en extra motivatie.

Even voor Heidelberg kom ik in een klein plaatsje genaamd Ladenburg en hier maak ik voor het eerst kennis met de Neckar, deze rivier stroomt bij Mannheim in de Rhein. Gelijk tijd voor een kleine pauze aan het water. Daarna gaat het op naar Heidelberg. In Heidelberg aangekomen is er een prachtige zonneweide langs de Neckar met uitzicht op de oude stad aan de overzijde. Het is maar goed dat ik geen leesboek mee heb of een e-Reader, want ik vrees dat ik vandaag niet heel erg ver gekomen zou zijn. Dus we houden het maar bij een korte break.

Ja, wat moet ik er verder over schrijven. Het is een mooie route, meestal direct langs de rivier. De kwaliteit van de fietspaden is wel af en toe matig, vanwege het feit dat hele stukken half verhard zijn. Op een gegeven moment kom ik een afslag tegen die ik gelukkig niet hoef te hebben, want hier is het complete fietspad met de begroeiing aan de kanten weggespoeld. Ik vermoed dat dit eind mei, begin juni is gebeurd, toen mijn geplande fietstocht ook van de kalender afspoelde.

Een andere huishoudelijke activiteit die onderweg ook moet gebeuren is naast het koken de was. Ik heb 2 fietsbroeken bij mij, de gebruikte was ik ’s ochtends uit met Andrelon haar shampoo. Vervolgens leg ik deze vast boven op de tas met de tent lekker in het zonnetje. Eigenlijk een soort van droogtrommel op zonne-energie. Na 4 uur fietsen draai je de broek om en aan het einde van de dag is de fietsbroek weer droog en ruikt hij fris en fruitig.

De Neckar is een wat smalle rivier, een beetje te vergelijken met de IJssel, iets smaller soms. De rivier ligt diep ingesneden tussen de beboste heuvels en het fietspad loopt eigenlijk min of meer langs de rivier. Er zitten flinke meanders in en desondanks varen er net zulke vrachtboten op als over de IJssel. Langs de kant liggen mooie kleine dorpjes.

Ik kom redelijk op tijd op de camping aan in Mörtelstein en dan heb ik er weer zo’n 85 km opzitten voor vandaag. De camping is eigenlijk een camping voor watersporters, ik mag een plekje uitzoeken op het tentenveld. Tussen de caravans door heb ik een mooi uitzicht op de Neckar. De soep en de thee die ik na aankomst maak drink ik lekker langs het water op. Bij de camping is een klein restaurantje waar je redelijk kunt eten, daar maak ik deze avond maar gebruik van. Het is verder erg rustig op de camping, er zijn weinig gasten, de meeste vaste gasten zullen wel in het weekend komen om te varen.

’s Avonds spreek ik nog een jongeman van een jaar op 30 op de camping, die hier ongeveer al zijn hele leven komt. Hij vertelt dat met het hoge water eind mei alle boten in een soort van bliksem actie ’s nachts uit het water zijn gehaald. Hij sprak over een Nacht-und-Nebel-Aktion. Ik vond het een bijzondere uitdrukking omdat hij mij deed denken aan het boek van Floris B. Bakels. De beste jongeman is nog nooit in Nederland geweest, maar hij legde wel direct de link tussen Amsterdam en de coffeeshops. Waar een klein land groot in is zullen we maar zeggen 😉

Etappe 9, donderdag 1 september 2016, Mörtelstein – Braunsbach

“Duitsers hebben geen gevoel voor humor?”

Af en toe komt er ook ’s nachts nog een boot voorbij over de Neckar. Op een gegeven moment, het loopt al tegen de ochtend, hoor ik er weer één langs komen, en een groot zoeklicht, zwaait door mijn tent.

Bij het afbreken van de tent, valt mijn oog op een scheur in één van de telescoopstokken, op de kruising met de andere stokken. Ik heb twee dagen geleden bij het opzetten iets gehoord, maar waar ik meende dat ik iets hoorde was niets aan de hand. Dit is toch wel even een dingetje. Gelukkig heb ik tie wraps bij mij, waarmee ik de boel kan fixeren, zodat de scheur niet groter wordt. De tent is al 15 jaar oud en heeft zijn beste tijd gehad, volgens mijn oudste dochter is hij ook niet meer waterdicht, dus ik ben de goden wel een beetje aan het verzoeken. Ik had thuis al het plan om volgend jaar deze tent te vervangen en waarschijnlijk is dit een wraakactie van de tent zelf. Hij moet het nog 2 nachten uithouden.

Als om half negen de hele inboedel weer op de fiets zit ga ik eerst inkopen doen, 5 km verderop langs de route ligt het dorp Obriegheim, waar ze vast wel een bakker hebben. Na even vragen is de bakker snel gevonden. Als ik het dorp uit fiets, wordt ik enigszins geholpen door de zwaartekracht. Er geldt een snelheidsbeperking van 30 km/h, af en toe moet ik een beetje remmen, want voordat je het weet ga je richting 50 km/h, mijn snelheid wordt geklokt op 27 km/h en ik krijg een groene smiley.

Volgens de laatste wijzigingen op internet is tussen Haßmersheim en Neckarmühlbach het hele jaar 2016 een omleiding van kracht vanwege wegwerkzaamheden. Er is een omleiding die deels onverhard is en een stevige klim bevat. Op een gegeven moment kun je maar beter gaan lopen met al die losse stenen, een helling van 5% met een bepakte fiets over een onverharde weg is geen doen. Na een tijdje begint de helling af te vlakken en komt mij een man op een bepakte fiets tegemoet, die toch een jaar of 10 ouder is dan ik. Ik vraag hem of het nog ver is naar boven en hij bevestigt dat ik er bijna ben, maar dat de afdaling behoorlijk steil is. We raken aan de praat, aan mijn accent hoort hij dat ik uit Nederland kom. Zijn overgrootvader kwam ook uit Nederland in de buurt van Brunssum en Heerlen. Zelf woont hij in de buurt van Aken. Hij vertelt dat hij een paar jaar geleden een hartinfarct heeft gehad, hij maakt zijn fietstochten sindsdien wat korter. Dat laatste betekent dat zijn tochten ongeveer van mijn kaliber zijn. Daarvoor fietste hij vanaf Aken naar Rome, Lissabon en de Noordkaap. De beste baas zit vol humor. Hij vertelt dat zijn vrouw het niet zo leuk vindt als hij lang weg is. Als hij 2 uur thuis is, is dat meestal weer voorbij grapt hij. Een beetje humor moet toch kunnen zegt hij. Hoezo Duitsers hebben geen gevoel voor humor, of zou het door die Nederlandse grootvader komen?

De afdaling van deze omleiding was zowaar nog een grotere uitdaging dan het klimmen. Je moest lopen en na 3-4 passen remmen en oppassen dat je niet uitglijdt over al die losse steenslag. Nu komen mij de mensen tegemoet die omhoog moeten en mij vragen of het nog ver is. Na deze boeiende onderbreking kan ik weer flink kilometers maken. In Friedrichshall zie ik een Lidl en vul ik de proviand weer aan. Even later rij ik weer langs het water, maar de rivier ziet er anders uit dan de Neckar. Klopt, ik zit nu langs de Kocher, deze rivier stroomt bij Friedrichshall in de Neckar.

Het dal van de Kocher is toch heel anders dan het dal van de Neckar. Moet de Neckar zich nog tussen de heuvels door wringen, de Kocher heeft wat meer ruimte tot zijn beschikking. De kwaliteit van de fietspaden is trouwens vandaag, behalve die spectaculaire omleiding, goed te noemen, zeker vergeleken met gisteren. Soms gaat het traject ook over het talud van een vroegere spoorbaan. Deze zijn vaak in de 80-er en 90-er jaren van de afgelopen eeuw opgeheven.

Af en toe kom ik door een klein plaatsje, maar daartussen heb je het idee dat je alleen op de wereld bent. Ik fiets door een rustig dal en slechts af en toe kom ik een andere fietser tegen. Ik weet trouwens helemaal niet wat er gebeurt in de wereld. Normaal hou ik het nieuws dagelijks bij. Maar hoewel ik voor deze trip een internetbundel op mijn telefoon heb gezet, heb ik nu.nl nog maar 1 keer bekeken. De dagelijkse dingen die mij normaal bezighouden zijn zo’n beetje uit m’n brein verdwenen.

Ik kom geregeld nog de sporen tegen van het extreme noodweer eind mei, begin juni. Je kunt dat zien aan de hopen bijeen geveegd puin en de nieuwe stukken asfalt. Het valt mij op dat ze de schade toch snel hersteld hebben.

Het fietsen met de GPS gaat geweldig. Ik heb de kaart met de informatie uitgeschakeld en ik volg gewoon de track van het kruimelspoor die ik heb gedownload van internet. Dit kruimelspoor is geweldig goed te zien tegen de gele achtergrond. Slechts één keer gaat het mis. Als ik in Braunsbach aan kom blijkt de camping aan de andere kant van de rivier te zijn. Jammer die rivier ben je dan ook kwijt op de GPS. Dat kost me een paar honderd meter extra fietsen. Als ik de hele week 1 km bij elkaar mis heb gereden dan is dat veel. Als ik de camping op fietst staat de teller op 99 km. De afgelopen 4 dagen heb ik gemiddeld ruim 90 km per dag gefietst.

Dit is trouwens een erg goede camping. Je wordt erg gastvrij ontvangen. De eigenaar vraagt mij direct of ik Reitsma’s Route naar Rome fiets. Ik vertel hem dat ik hem voor een deel fiets. De Alpen zijn voor mij een berg te ver. Na het noodweer was de camping een tijd gesloten, maar inmiddels is alles weer hersteld. Ik mag mijn tent op het tentenveld opstellen en kies een mooie plek langs de Kocher. Vanaf mijn plek zie ik hoe de zon in de namiddag en avond het dorp Braunsbach nog mooi beschijnt. Eind mei heeft het water hier tot een meter hoog gestaan, gezien aan de rommel die nog in een boom hangt naast mijn tent.

Als ik de eigenaar vraag of er in het dorp ook een levensmiddelenzaak of bakkerij is dan antwoordt hij mij dat deze er niet meer is. De volgende dag begrijp ik de precieze strekking van deze uitspraak. Maar je kunt broodjes bestellen op de camping en deze worden ’s ochtends om 8 uur op de camping bezorgd. Dat lijkt mij een goed idee, want op het traject van morgen naar Ellwangen zijn hooguit 3 winkels heb ik begrepen.

Tegen de avond arriveert er nog een fietser op het tentenveld. Na het eten ga ik op het terras bij de camping wat drinken. De andere fietser zit er ook en ik zie dat hij het bekende boekje van Reitsma’s Route naar Rome bestudeert. Ik raak met hem aan de praat en begrijp dat hij oorspronkelijk uit Arnhem komt. Ik schat hem achter in de 20. Hij is verleden week vanaf Roermond komen fietsen en gebruikt de route om in Oostenrijk te komen. Daarna gaat hij op de fiets door naar Slovenië. Ik vertel hem dat het fietsen mij tot nu toe goed af gaat met bepakking en 90 km per dag, maar dat morgen het echte werk voor mij begint. Morgen komen een paar serieuze heuvels met hellingen tussen de 5% en 10%. Met de ervaring van afgelopen week schat ik in dat het af en toe lopen gaat worden vertel ik hem, vanwege de bagage. Maar als ik het morgen haal, dan heb ik het zwaarste deel tot aan de Oostenrijkse grens gehad. Deze Oostenrijkse grens bij Garmisch-Partenkirchen gaat dan volgend jaar het einddoel worden van deze trip. De Alpen over met volle bepakking is voor mij te zwaar, waarschijnlijk zonder bepakking ook ;-). Ik weet mijn plek. Als ik de Oostenrijkse grens heb gehaald, dan beginnen we weer een nieuw project vanaf Dieren. Ik denk dat het Berlijn gaat worden 😉

Nog wat later komt er ook nog een ouder stel op het terras zitten die mij aanspreken, ze zijn met pensioen en echt onderweg op de fiets naar Rome. Zij slapen niet in een tent maar bij particulieren of in een blokhut, zoals op deze camping. Dat scheelt je toch 60% bagage, maar als je alleen reist dan prefereer ik toch een tent. Op een camping heb je altijd aanspraak, en je hebt altijd een slaapplaats, desnoods ergens illegaal.

Etappe 10, vrijdag 2 september 2016, Braunsbach – Ellwangen

“Ich hole dich ein Sprudelwasser.”

Vandaag staat de ‘hel van het zuiden’ op het programma. Zo heb ik deze etappe maar genoemd, omdat dit het zwaarste traject is vanaf Dieren naar Garmisch-Partenkirchen. De lengte van etappe 10 is geen probleem, maar het traject is alles behalve vlak. Als ik ’s ochtends vertrek zijn de Arnhemmer en de pensionado’s net voor mij vertrokken. Als ik nog maar een paar honderd meter van de camping weg ben, realiseer ik mij dat ik de broodjes vergeten ben. Gauw omdraaien en terug naar de camping, het resultaat is dat ik 4 lekkere broodjes heb en vervolgens nog een keer omhoog mag klimmen. Het is een goede oefening denk ik maar.

Ik rij nog even Braunsbach in en als ik het onderstaande zie begrijp ik wat de campingeigenaar bedoelde met zijn uitspraak dat er geen levensmiddelen zaak en bakkerij meer in het dorp is. Ik heb beelden op YouTube gezien van wat hier is gebeurd op 29 mei. Je kunt je het nauwelijks voorstellen. Klik hier anders maar even. Sommige huizen zijn op de begane grond nog steeds helemaal leeg. De Kocher, niet meer dan een brede sloot, was op 29 mei aangezwollen tot een grote vloedgolf, die hier alles in het dorp heeft weggespoeld. Al dit water, en wat er in juni nog meer bij kwam in Zuid-Duitsland was er de oorzaak van dat in Nederland de rivieren de hele maand juni zo hoog stonden.

Op het dorpsplein staat wel een mobiele bakkerij en een frisdrank automaat. Maar ik heb 1,5 liter nodig. Omdat ik ‘nattigheid’ voelde heb ik op de camping voor de zekerheid één van de bidons met water uit de kraan gevuld. Ik probeer in een volgend dorp wel mineraalwater te kopen, in de wetenschap dat de winkels erg dun gezaaid zijn op de etappe van vandaag.

Het klimwerk voor deze etappe begint pas na 13 km. Eerst passeer ik nog de Kochertalbrücke, waar de A6 overheen gaat van Heilbronn naar Nürnberg. Deze brug is 185 meter hoog, je ziet de vrachtauto’s als kleine speelgoed auto’s voorbij trekken.

In het eerste dorp wat ik tegenkom zie ik Lebensmittel op een huis staan, eerlijk gezegd ziet het er uit alsof hier in de vorige eeuw een winkel heeft gezeten. Toch maar even om de hoek kijken. Hier valt ook niets van een winkel te ontdekken, er zit wel een oude oma voor de deur appeltjes te schillen. Ik vraag haar of hier ergens een bakkerij of levensmiddelenzaak zit. Nee zegt ze, vroeger wel, in Braunsbach komt iedere dag een mobiele bakker vertelt ze. Maar daar kom ik net vandaan. Ze wil weten waar ik vandaan kom en waar ik naar toe ga. Voor de zoveelste keer deze week geef ik enthousiast een korte samenvatting en vertel haar dat ik eigenlijk alleen maar water nodig heb. Oh, maar water heeft ze wel voor mij. Maar hoeveel fiets je dan per dag vraagt ze, als ze heeft gehoord dat ik maandag laat in de middag in Oberwesel ben begonnen. Ik antwoord tot nu toe 90 km per dag. Ik krijg gelijk een upgrade naar Sprudelwasser, mineraalwater met prik. Ze vult de bidon tot aan de rand. Ze zegt nog dat mijn vrouw wel blij zal zijn als ik weer thuis kom, wat ik bevestig en ze vraagt waarom ik niet in een Gasthof slaap als ze al mijn tent achterop de fiets ziet. Ik vertel haar dat de Hollanders meestal in een tent slapen. Ik bedank haar vriendelijk voor het Sprudelwasser en en zeg haar gedag.

Niet veel verder heb ik weer een stuk onverhard pad met een stevige klim, gedurende 300 meter 4-10%. Vanwege alle losse stenen is er op een gegeven moment niet meer vooruit te komen. Mij ontvalt een “f*ck you” en ik stap af en loop de laatste tientallen meters maar verder. Als dit een voorproefje is van wat nog komen gaat dan belooft dat niet veel goeds. Gelukkig, de rest van het pad is even verderop weer normaal te berijden. Als ik weer op de normale weg fiets, zie ik de fiets van de Arnhemmer aan de kant staan, ik herken zijn fiets aan de bagage en de 2 grote pet flessen in zijn bidon houders. De Arnhemmer zelf is niet te zien, ik vermoed dat hij ergens uit het zicht aan het afwateren is.

Ik sla de bocht om en het echte werk gaat beginnen, volgens het routeboekje een helling van 9% gedurende 900 meter en daarna nog eens 4-5% over 800 meter. Op tijd terugschakelen naar de laagste versnelling, na 200 meter fietsen neem ik even een rust en drink wat. Onderwijl zie ik de Arnhemmer ook om de bocht aankomen. Hij stopt even en vraagt hoe het gaat. Tot nu toe valt het niet tegen, ik kom in ieder geval fietsend omhoog, al zal ik een paar korte pauzes moeten inlassen, want als ik deze 9% heb gehad ben ik er nog niet. In brokstukken van 200-300 meter lukt het mij met volle bepakking de 9% te nemen, zonder te hoeven lopen. Toch wel een kick. Even verder komt er nog een stuk van 4-5% over 800 meter die ik met één korte break ook fietsend neem. Als dit de ‘hel van het zuiden is’ dan valt het mij mee. Ik hield rekening mee met bijna 2 km lopen, maar het werd toch fietsen met een paar korte pauzes.

Het volgende stuk is licht golvend maar vrij relaxed. In het volgende dorp kom ik de Arnhemmer weer tegen. Hij gaat even op zoek naar de winkel. Ik sms even een kort bericht naar Margriet. Daarna ga ik ook naar de winkel van het dorp. De winkel is kleiner dan een gemiddelde woonkamer, maar ze hebben drinken en een fruithapje. Als ik buiten mijn bidons bijvul staat een klein meisje van een jaar of 3 vol verbazing te kijken wat ik aan het doen ben. Haar moeder moet maar even wachten tot de bidons gevuld zijn.

Het gaat verderop heuvel op en heuvel af, maar de klimmetjes zijn kort en goed te doen. Als ik ergens stop bij een spoorovergang om wat te eten stopt er een auto van de Deutsche Bahn, de meneer maakt een kort praatje en wijst mij nog de weg naar Ellwangen. Kort daarna, als ik bezig ben om de vochtige handdoek achterop mijn droogtrommel om te draaien, staan opeens de beide pensionado’s naast mijn fiets en vragen of ik problemen heb. Ik leg hun even uit dat ik mijn droogtrommel aan het herindelen ben en dat het tot nu toe reuze meevalt, want ik ben eigenlijk al dik over de helft. Ook zij vonden het klimmen meevallen, ze waren de Arnhemmer trouwens ook nog tegen gekomen een paar kilometer terug bij het koffiedrinken. Dat is leuk, ik ben als laatste vertrokken en heb zelfs nog even op kop gereden in deze bergetappe 😉 De Kocher heeft trouwens plaats gemaakt voor de volgende rivier, de Jägst. Rivier is misschien een wat groot woord, het is meer een groot uitgevallen beek.

Ik kom langzaam in een euforie stemming, het fietsen gaat goed, de heuvels vallen mee. Ik kom de Arnhemmer en de pensionado’s nog één keer tegen. Als ik 5 km voor Ellwangen zit, komt er opeens een Duitser op een racefiets naast mij fietsen en vraagt mij honderd uit over mijn fietstocht. Hij is ook op weg naar Ellwangen, samen fietsen we de laatste kilometers op. Ik krijg gelijk de nodige informatie over Ellwangen, het is een historisch stadje. Vroeger zat hier een grote legerkazerne. Deze wordt nu gebruikt voor de eerst opvang van vluchtelingen, wat niet zonder problemen ging. Vaak kwam de volgende groep al aan, terwijl de eerste groep nog niet vertrokken was. De Duitser was mij keurig de weg naar de camping. Nu heb ik een GPS op mijn fiets, maar ik vond het een beetje bot om dat te zeggen. Even voor de camping moet hij de andere kant op en neemt afscheid.

Als ik om kwart voor twee bij de camping komt, hebben ze nog siësta, tot 15 uur. Ik heb de tijd, ik zoek een plek in de schaduw en eet de rest van mijn lunch op. Onderwijl komen er 2 Nederlanders met een caravan, met wie ik nog een tijdje heb zitten praten.

Na het inchecken zoek ik een mooi plekje op het tentenveld. Deze overnachting sta ik opnieuw langs het water, in dit geval de Jägst. Ik laat de buitentent eerst maar even verder drogen in de zon, vanmorgen is hij namelijk zeiknat de tas in gegaan van de dauw.

Zo, de tent staat. Nu eerst maar eens even een korte excursie naar het historische centrum van Ellwangen en een treinkaartje kopen voor morgen. Met een voldoen gevoel toer ik het stadje door. Als ik een Italiaanse ijs tent tegen kom trakteer ik mijzelf maar op een Italiaans ijsje. Heb ik wel verdiend vond ik zelf. Bovendien, realiseer ik mij, zit ik hemelsbreed dichter bij de Italiaanse grens dan bij de Nederlandse. Bij het station haal ik even een treinkaart voor mijzelf en één voor de fiets. Eigenlijk is de terugreis rete goedkoop. Met een Schönes Wochenend Ticket van 40 euro en nog eens 5 euro voor de fiets rij ik morgen tot aan de Nederlandse grens. Je mag hierbij alleen gebruik maken van de Inter Regio Express, dat betekent veel overstappen als je uit Zuid-Duitsland komt 😉 De internationale treinen moet je voor fietsvervoer al van te voren reserveren, dus dat was geen optie, als je niet weet waar je wanneer uitkomt. Voor de rest doe ik nog even wat inkopen voor het eten vanavond en haal ik gelijk broodjes en drinken voor morgen onderweg.

Bij terugkomst op de camping kan ik bij de caravan van de overburen even mijn smartphone opladen. Normaal laad ik deze iedere ochtend even bij in het toiletgebouw, maar morgen wil ik de batterij wel even helemaal 100% hebben, daarnaast heb ik nog een kleine powerbank voor noodgevallen.

Terugreis – zaterdag 3 september 2016
Treinreis DB Bahnhof Ellwangen – DB Bahnhof Empel-Rees

“Wat zou er in de hoofden van onze vluchtelingen rond gaan?”

Nu wat ervaringen van de treinreis, dat was ook weer een avontuur op zich. Gelukkig bestond het uit een 6 afzonderlijke trajecten, zodat je iedere keer weer andere mensen tegen kwam. Door een stomme fout van mij kreeg ik er nog een bonus overstap bij in Mögglingen.

Om kwart over vijf loopt mijn wekker af op de telefoon, het is nog pikdonker. Inpakken gebeurt in het donker bij het licht van de fietslamp, tegen de tijd dat ik de tent afbreek begint het goed licht te worden en om 7 uur sta ik op het station.

Traject Ellwangen – Aalen

Ik had gisteren mooi nieuwe treinen gezien op het station van Ellwangen met een lage instap. Maar dat was gisteren, vandaag is alles anders. Als de trein richting Ulm komt voorrijden is het een oud exemplaar en als ik de deur open doe zie ik dat ik mijn fiets met bagage ongeveer een halve meter omhoog mag tillen.

Het eerste ritje is kort, in Aalen moet ik overstappen op de trein naar Stuttgart, pikant detail is dat ik hier slecht 3 minuten overstap tijd heb. Nu heb ik al wel uitgevonden dat ik op hetzelfde perron moet overstappen, dus het moet te doen zijn.

Traject Aalen – Mögglingen

In Aalen de hele equipe weer uit de trein tillen en op hetzelfde perron de volgende trein in. Ik vind zo snel niet het fietscompartiment, en om geen risico te lopen deze trein te missen stap ik gewoon met fiets naar binnen bij de eerste de beste ingang, de rest zoek we later wel uit. In het ergste geval krijg ik een pak op mijn donder van een conducteur. Als de trein rijdt zie ik dat ik er bijna was, het fietscompartiment was slechts één ingang verderop, maar met de fiets door de trein gaat niet passen. Ik heb al een oplossing, op het volgende station (in Mögglingen) stap ik uit en rij naar de fietsingang. Ik ga hier vast weinig vrienden maken als ik hier op een tussen perron tot aan Stuttgart met mijn bepakte fiets de doorgaan blijf blokkeren.

Traject Mögglingen – Stuttgart Hbf

Als ik in Mögglingen uitstap en naar het fietscompartiment loop gaat de deur niet open en voordat ik er erg in heb rijdt de trein ook weg (*@#$%^&). In Nederland staan de treinen volgens mij altijd 2 minuten stil bij een tussenstop, als dit 1 minuut was dan was het veel. Volgens het bord op het station mag ik nu een uur wachten. Mooie actie van mij, overstappen op dezelfde trein en hem ook nog missen. Ik sms Margriet maar even dat de kritieke overstap in Aalen voor 50% is geslaagd; ze snapt er niets van 😉 Ik moet er ook wel om lachen, het is mooi weer en ik zoek maar een bankje op om lekker te zitten. Voor de rest valt er geen moer te beleven op dit station. Ik ben nu blij dat ik een internetbundel op mijn telefoon heb. Met de dienstregeling die ik mijzelf nu bezorgd heb ben ik iets minder blij, het lijkt erop dat deze stunt mij in Stuttgart nog een uur gaat kosten, omdat de IRE richting Karlsruhe eens per twee uur rijdt.

Om kwart voor negen komt de trein naar Stuttgart voorrijden, de deur gaat open en de fiets rij ik gemakkelijk naar binnen. Het station van Stuttgart is een kopstation, dat is gemakkelijk, je kunt zo op alle perrons komen zonder trappen of een lift. Als ik in Stuttgart kom heb ik inderdaad nog een uur aan de broek. Ik heb nu vijf kwartier de tijd voor deze overstap. Ik ben echt goed bezig vandaag, door overstappen op dezelfde trein te missen heb ik de eerste twee uur al twee uur extra reistijd aan de broek. Als dat zo door gaat ga ik het vandaag niet halen. Ik ben blij dat ik de tent toch nog maar heb mee genomen. Ik haal eerst maar koffie, met mij bepakte fiets weet ik bij een koffietentje te komen en de fiets te parkeren. Ik neem maar een extra grote koffie, ik heb toch tijd zat.

Wat moet je verder al die tijd? Op een station is altijd wat te beleven. Buitenlands treinmaterieel is ook altijd even de moeite waard. Maar dan zie ik opeens het begin van wat een aardig drama zou kunnen worden, zeker met die Deutsche Pünktlichkeit, van treinen die op tijd vertrekken. Vlak bij mij staan twee kleine meisjes, volgens mij Turkse meisjes, maar ze spraken wel Duits. Ze stonden daar met 4 trolleykoffers en hun moeder had nog twee grotere, maar zij stond een flink eind verderop. Omdat de trein bijna weg ging werkte de moeder de grote koffer daarginds al de trein in en de meisjes begonnen in paniek te roepen en ze probeerden hun trolleykoffers de trein in te krijgen. Maar als je 6 of 7 bent is dat niet zo gemakkelijk. Het zou wel weer toeval zijn dat ik hier net moest zijn, of toch niet? Ik heb de twee kleine meisjes maar even geholpen om alles de trein in te krijgen, inmiddels kwam de moeder er ook nog aan met de laatste koffer, die flink zwaar was. Ik heb die koffer ook naar binnen gewerkt, maar heb zelf geen stap in die trein gezet, want ik zag het al gebeuren dat de trein opeens zou wegrijden en ik met de Turkse familie zou meereizen, zonder fiets …

Traject Stuttgart Hbf – Karlsruhe Hbf

Voor de afwisseling een treinreis waar niets noemenswaardigs gebeurde, wegens Bauarbeiten zou de trein een paar stations overslaan. Ik geloof dat hij maar 2 keer heeft gestopt tussen Stuttgart en Karlsruhe. Er zat nog een groepje van 5 jongeren in de trein die geloof ik een weekendje weg gingen voor één of ander project. Ze hadden wel gevoel voor humor. Ze hadden een fles drank bij zich en volgens hun kon je het alcoholpercentage gewoon door 5 personen delen en dat viel het best wel mee met die alcohol.

In Karlsruhe zou ik voldoende tijd hebben om over te stappen op de trein naar Mainz. Ik had al wel uitgevonden dat ik daar met een lift naar het volgende perron zou moeten gaan. In Stuttgart had ik verderop al meer fietsers de trein in zien stappen. Nu zijn de liften niet al te groot, maar als je geluk hebt zoals in Karlsruhe dan passen er twee fietsen in de lift. Nu had ik nog meer geluk, mocht ook wel naar de flitsende start deze ochtend, dat ik na het uitstappen uit de trein precies bij de lift stond. Er stond nog een meisje met een fiets, en in no time stonden er nog 8 fietsen achter ons. Wij waren het eerste aan de beurt en pasten er met beide fietsen in.

Traject Karlsruhe Hbf – Mainz Hbf

Ik wordt steeds behendiger met een bepakte fiets op een druk station, vooral op zaterdag is het behoorlijk druk op de stations. Als ik op het goede perron aankom, staat de trein er al en ik rij gelijk mij fiets naar binnen in het fietscompartiment. Het is hier een beetje een chaos in dit fietscompartiment. Er staat nog een Duitse vrouw (een beetje van het type Ordnung-soll-sein) met een fiets en er zijn een paar buitenlandse gezinnetjes met de buggy’s kris kras in de ruimte. Ik zet er één aan de kant en parkeer gelijk mijn fiets zodat hij er straks in Mainz weer gemakkelijk uit kan en zet mij fiets met een soort van veiligheidsriem vast. Even verderop zie ik een goede zitplaats tegenover een ouder echtpaar. Na een paar minuten komt Ordnung-soll-sein eraan en vraagt van wie de fiets met de gele tas is. Ja, die is van mij. Ze komt vriendelijke vragen of ik wat van mijn bagage van de fiets af kan halen, omdat er nog meer fietsers bij gekomen zijn. Dat is geen probleem. Ik haal aan één kant alles eraf en kan dat achter de bank kwijt. De twee fietsen zijn van een jongen en een meisje, twee jonge twintigers, even later komt het meisje vragen of ze hun fietsen aan die van mij mogen vast zetten, zodat ze niet omvallen. Natuurlijk kan dat, ze komen aan de andere kant van het pad zitten. Ze komen uit Keulen en zijn op de fiets van Keulen in 8 dagen naar de Bodensee gefietst. Er ontspint zich een leuk gesprek tussen ons, maar ook met mijn oudere overburen, want die hebben vroeger ook hele fietstochten gemaakt in Duitsland.

Onderweg naar Mainz komen er nog meer fietsen bij, op een gegeven moment staan er een stuk of 8. Dat gaat een mooie uitdaging worden in Mainz. Ik heb daar slechts 4 minuten overstaptijd. Ik moet in Mainz wel op hetzelfde perron zijn, maar ik vrees dat ik al 4 minuten nodig heb om de trein uit te komen, want mijn fiets stond er als eerste in, en ook bij de Deutsche Bahn geldt “de eersten zullen de laatsten zijn”. Even later willen er op een station nog 2 fietsen in, maar de eigenaars krijgen geen toestemming van de conducteur. Ja dat risico loop je, er is maar beperkt plaats voor fietsen, dat staat keurig vermeld bij de dienstregeling.

Gelukkig verlaat een deel van de fietsers de trein voortijdig er komt er nog één bij die bij ons gaat zitten. Ik overleg even met de Keulenaren en leg mijn uitdaging uit. Tien minuten voordat de trein het station van Mainz binnen loopt gaan de Keulenaren hun fiets weer optuigen, zodat ik mijn fiets ook kan ontzetten en de tassen er weer op kan hangen. De Keulenaren hebben vanaf Mainz een rechtstreekse trein naar Keulen, mocht ik in Mainz de aansluiting niet halen, of het fietsencompartiment vol zijn, dan ga ik die trein ook nemen. Als het in Mainz niet lukt wordt het namelijk zaak om zo ver mogelijk nog naar het noorden te komen vandaag.

Traject Mainz Hbf – Koblenz Hbf

In Mainz moet ik inderdaad op hetzelfde perron zijn, ik zie het al als de trein het station binnen rijdt. Ik wens de Keulenaren nog een goede reis en steek over. De trein naar Koblenz moet nog komen, maar het perron staat al aardig vol. Er wachten ook redelijk wat fietsen en zelfs een tandem. Als de trein er is, gaat de deur van het fietsen compartiment niet open. Waar heb ik dat eerder meegemaakt? Snel gaan we met z’n allen naar het volgende compartiment, de tandem verliest in deze race kostbare meters. We rijden met een aantal fietsen het volgende compartiment in en hebben opeens een aantal vluchtelingen en Amerikanen ingesloten met onze fietsen. Nu moeten we nog uitleggen dat in een fietscompartiment de ruimte in eerste instantie is bedoeld voor fietsen en kinderwagens en dat de klapstoelen omhoog moeten. De vluchtelingen, die geen woord Duits of en Engels spreken, begrijpen het als we op de pictogrammen wijzen. Bij de grote Amerikaanse meneer duurt het iets langer voordat hij ruimte maakt. Uiteindelijk staan we als sardientjes in een blik, de 5 of 6 fietsen passen erin, de tandem heb ik niet meer gezien.

Eigenlijk is het wel een bizarre situatie. Ik krijg het idee dat de vluchtelingen op weg zijn naar hun volgende verblijfadres, ze hebben een hele uitdraai bij zich hoe ze moeten reizen. Links voor mij zit een vluchteling vrouw met een baby, die hebben we natuurlijk netjes laten zitten en de rest van het gezin staat iets verderop. Ik zou wel eens willen weten wat er in de hoofden van deze mensen omgaat. Twee totaal verschillende werelden zitten hier bij elkaar op een paar vierkante meters. Wat later moet de vader een hoofdkussen aan zijn vrouw geven, maar de afstand is te groot. Ik maak duidelijk dat ik dat ding wel even doorgeef. De dankbaarheid straalt eraf als je alleen even een hoofdkussen doorgeeft en ik krijg een schouderklopje. Jammer dat meneer Wilders niet in deze trein stond, dan kon hij zijn beeld van vluchtelingen iets bijschaven.

Een tijdje later spreekt een fietser mij aan die naast mij staat, hij stond zo’n beetje helemaal klem en ik had de boel bij mij nog een beetje gereorganiseerd zodat hij ook nog adem kon halen. Ik heb vandaag namelijk geleerd dat als het druk is moet je met je fiets gewoon naar binnen rijden, en er vooral tussen door niet uitgaan. Als de trein eenmaal rijdt dan los je het ruimteprobleem onderweg wel wel op. Als de deur van de trein maar dicht kan is het goed. Zegt de meneer tegen mij dat hij mij deze week eerder heeft gezien. Ik begin al op te sommen waar ik geweest ben, maar dan zie ik dat ik hem ook eerder heb gezien, namelijk op de eerste camping in Bingen am Rhein. Hij verlaat met zijn vrouw een eind voor Koblenz de trein, vanaf daar gaan ze verder langs de Rhein fietsen naar het noorden.

Inmiddels zijn er ook weer nieuwe fietsers bijgekomen en met iemand van mijn leeftijd praat ik de tijd tot Koblenz aardig vol, was wel een aardige meneer, was aan het fietsen met zijn zus en nu onderweg naar huis in Essen geloof ik.

In Koblenz aangekomen rest mij nog één treinreis tot aan Nederland, dat is inmiddels treinreis nummer 7 op één dag. Hier moet ik weer met de lift, maar ik heb tijd genoeg voor de overstap. De rij bij de lift valt mee. Voor mij staat een ander vluchteling gezin, ook weer met een complete uitdraai langs welke stations ze moeten reizen. Ze vragen mij met handen en voeten of ze met de lift eerst naar beneden moeten om op het andere perron te komen. Ja, dat klopt. Ik geef hun de ruimte en maak duidelijk dat ik de volgende lift wel neem. Nee, dat moet niet. De kinderwagen wordt aan de kant geschoven en ze maken ruimte zodat ik er ook nog bij kan met de fiets. Beneden laten zij hun reispapier zien en wijs ik ze de weg naar de lift die ze op het juiste perron brengt.

Traject Koblenz Hbf – Empel-Rees

De laatste rit, dit is een langste traject van bijna 4 uur. De Amerikanen zijn er ook en als ze in Bonn één station te vroeg willen uitstappen wijs ik ze er nog op dat Central Station nog een station verder is.

Ergens in de buurt van Keulen stappen twee zwartrijders is, maar met een razzia van de Deutsche Bahn hebben die na 5 km al een boete van 60 euro te pakken. Dat is een hoge kilometerprijs reken ik snel uit. Zestig euro voor 5 km, ik denk dat ik met de trein 700 km rij voor 45 euro.

Mijn eerste plan was om in Düsseldorf nog over te stappen op de trein naar Kleve en vandaar naar Dieren te fietsen en bij Millingen aan de Rijn met het fietsveer de Rijn over te steken. Om niet het risico te lopen bij een extra overstap en vervolgens de laatste boot te missen, laat ik dat plan maar varen.

Voor de rest gebeurt er niet zo veel meer onderweg. Eigenlijk heb ik ook wel weer zin om nog een stukje te fietsen. Ik moet zeggen dat de treinreis wel een hele onderneming was, maar wel leuk. Vooraf was ik bang dat ik me zou gaan vervelen, maar dat is geen moment gebeurd. De vele keren overstappen zorgen altijd weer voor afwisseling, nieuwe indrukken en andere mensen. Ergens richting half zeven rijdt de trein Empel-Rees binnen. Het laatste station van deze rit, de andere passagiers moeten met de bus verder naar Emmerich.

DB Bahnhof Empel-Rees – Gendringen – Dieren

In Empel-Rees komt de trein aan op spoor 2, dus dat wordt weer de fiets tillen en de trappen af om door die tunnel te komen, net als afgelopen maandag. Afgelopen maandag? Voor mijn gevoel ben ik weken lang weg geweest, zoveel indrukken heb ik opgedaan. Ik haal de tassen aan de achterkant eraf en hang de stuurtas over mijn schouder. Ik vraag een jongeman of hij even mijn tassen wil dragen dan draag ik de fiets. Lijkt mij een mooi voorstel voor hem, de tassen zijn veel lichter dan de fiets 😉 Geen probleem, hij helpt zo even mee. Als we aan de andere kant weer boven zijn, bedank ik hem. “Gar kein Thema.” zegt hij nog, waarmee hij aangeeft dat het maar een kleinigheidje was.

Nu gaan we aan de laatste tocht beginnen van 49 km. Het is inmiddels half zeven en ik ben dus ruim 11 uur onderweg geweest om vanuit het zuiden hier vlak bij de Nederlandse grens uit te komen. Best goed van mij dat ik na Stuttgart geen nieuwe stunts meer heb uitgehaald. Ik kom echter niet meer voor het donker thuis. Maar, de route is exact hetzelfde als heen, de conditie is een stuk beter, waarschijnlijk ben ik ook nog iets afgevallen (later bleek dat mee te vallen, slechts 1 kg), dus het moet sneller kunnen dan maandag. Ik trap stevig door met een tweetal korte pauzes om nog wat te eten en te drinken. Vanuit het westen begint het ook langzaam meer bewolkt te worden. Er schijnt de komende nacht wat regen te komen. Ik ben bijna vergeten wat dat is. Als ik Doetinchem voorbij ben begint het langs de Oude IJssel al te schemeren.

Ter hoogte van Doesburg, waar het fietspad langs de Oude IJssel van iets minder kwaliteit is, zet ik mijn achterlamp vast op de droogtrommel, hang ik de stuurtas op mijn rug zodat mijn voorlamp een mooie bundel vooruit werpt in plaats van de achterkant van mijn stuurtas te verlichten. Het laatste stuk van Doesburg naar Dieren is het helemaal donker en om even over 21 uur ben ik weer thuis.

Ten slotte

Als ik na afloop mensen spreek zijn ze verbaasd dat je zo’n tocht alleen maakt, ze denken dan dat je alleen bent. Ik heb dat niet zo ervaren, als je alleen reist leg je heel snel contact met andere mensen en andere mensen leggen ook heel snel contact met jouw. Ik heb mij geen moment alleen gevoeld. Het was een pracht tocht, begonnen verleden jaar als fietstocht naar Koblenz. Het is iets uit de hand gelopen, maar de volgende keer brei ik er een eind aan, ik hoop dan de grens met Oostenrijk te bereiken, ietsje voorbij Garmisch-Partenkirchen, bekend van het schansspringen op Nieuwjaarsdag.