Narsaq

Narsaq was de eerste plaats die wij bezochten van 4 – 6 juli. Narsaq is voor Groenlandse begrippen een grote plaats met ongeveer 1500 en zelfs een faculteit van de Groenlandse universiteit in Nuuk. Kwamen we op 4 juli in de regen aan, de dag erna klaarde het weer direct op.

We zijn vanmorgen direct na het ontbijt even door de directe omgeving van het hotel gelopen, de damp steeg nog op uit de bergen, maar het zonnetje kwam er snel bij. Onze gids Nicolaj nam ons daarna op sleeptouw en liet ons wat bijzondere dingen in het dorp zien en daarna ging het met een mooie wandeling een paar kilometers het dorp uit.

Toen we langs een begraafplaats kwamen viel het op hoeveel fleurige bloemen er lagen en ze zagen er nog zo vers uit op afstand. Ja dat heb je met kunstbloemen, die blijven veel langer mooi, op afstand. We zijn vanuit Narsaq een paar kilometer in noordwestelijke richting gelopen en daar kom je op gegeven moment in een soort van kleine baai van een fjord met flink veel ijs. Sommige restanten waren letterlijk aan lager wal geraakt en lieten zich gemakkelijk met ons erbij fotograferen. Opeens een stukje verderop in het water een hoop lawaai en opspattend water. Wat gebeurt hier? Een van de ijsbergjes was blijkbaar aan één kant zover gesmolten dat zijn zwaartepunt langzaam was verplaatst, waardoor het gevaarte instabiel werd en begon om te draaien. We begrepen dat je net een beetje geluk moet hebben om dat te zien. Via een provisorische brug, opgebouwd uit restmaterialen uit de Tweede Wereldoorlog, passeren we een klein beekje en komen we uit bij een verzameling stenen. Als je niet beter weet zou je denken een verzameling stenen, maar sommige liggen net iets te geordend. Het blijkt een restant te zijn van de Vikingen, waarover we deze week nog het nodige zouden horen en zien. Ter plekke krijgen wij een zeer uitgebreide lunch voorgeschoteld uit de rugtas van Nicolaj, ik vroeg me de hele tijd al af wat onze beste gids in zijn ruim gevulde rugtas had zitten, maar dat werd mij nu duidelijk.

Na de excursie in de ochtend bezoeken we ’s middags het kleine museumpje in Narsaq; het is een soort van heel klein openluchtmuseum, je kunt een paar huisjes bekijken die een goed beeld geven van hoe de bevolking hier vroeger woonde. Er is ook een soort van plaggenhut bij, waar je echt gebukt doorheen moet gaan, want anders kom je in de problemen. Mineralen komen volop voor in de Groenlandse bodem en deze worden mooi getoond in een expositie. Het museum is klein, met 45 minuten heb je alles wel gezien, maar het is toch bijzonder dat zo’n in onze ogen kleine plaats toch een museum heeft.

In de middag was het echt mooi weer, de zon deed goed haar best, zo goed zelfs dat ik opgegeven moment mijn schoen een klein beetje in het asfalt voel zakken. Het is blijkbaar een iets andere kwaliteit asfalt dan in Nederland. Goed, het asfalt lag op een helling, maar om daar bij 12 graden Celsius al in weg te zakken is iets te veel van het goede. Nee, het asfalt was niet onlangs gelegd. Je denkt bij 12 graden Celsius, dat is niet warm, maar als je uit de wind gaat zitten voelt het best warm aan en de jas kan gewoon uit. Het geeft een beetje het idee van de eerste warme voorjaarsdagen eind februari na een vorstperiode, weet je wel vroeger. Dankzij de Deet bleven de mosquito’s op afstand en aan het einde van de dag konden we zelfs constateren dat Margriet een rode neus had, en dat was niet van de alcohol.

Iets anders wat opviel was huizen met een groot nummer op het dak geverfd, zoals A-21 en A-34. In Nederland staan deze nummers voor autosnelwegen, maar hier niet. Het zijn adressen waar piloten in de Tweede Wereldoorlog spullen moesten droppen.

Aan het einde van de dag een bezoekje gebracht aan de plaatselijke supermarkt. Het is bij wet geregeld dat ieder plaatsje een supermarktje moet hebben met de meest basale levensbehoeften. Het arsortiment is iets kleiner dan de Albert Heijn bij ons in Dieren, maar aan de andere kant kan ik bij AH geen quad, fiets of jachtgeweer kopen en dat kan in Narsaq dan weer wel.