Inuit

Het grootste deel van de Groenlandse bevolking bestaat uit de Inuit, je herkent deze mensen eenvoudig omdat ze een Aziatisch uiterlijk hebben en er niet echt Europees uitziet.

8 juli – We gaan met de gidsen en een lokale bewoner van Qaqortoq op Coffeemik bij een 80 jarige mevrouw. Een coffeemik bestaat uit koffie drinken met zelfgemaakt gebak eten. Dit gebeurt normaal bij speciale gelegenheden, zoals een huwelijk, verjaardag of een positieve examenuitslag. Normaliter duurt zo’n bezoek een half uur om dan weer plaats te maken voor de volgende groep familie en kennissen. Vandaag was dat niet het geval en ik denk dat we er zo’n anderhalf uur zijn geweest.

De traditionele klederdracht wordt voor ons tevoorschijn gehaald. Alles is met de hand gemaakt. De mannen houden het eenvoudig, namelijk een witte anorak en een zwarte broek met daarbij knie hoge laarzen van zeehondenleer. De vrouwen zijn kleurrijker gekleed. Laarzen tot over de knie, waar de korte leren broek op aansluit. Ter overbrugging een geborduurd beenstuk met gehaakte rand. De anorak is van zijde gemaakt met daar overheen een warme trui met een kralen ketting zowel aan de polsen als om de hals. Het wordt nog steeds gedragen bij bijzondere aangelegenheden, zoals bijvoorbeeld een doopdienst.

De dochter en schoonzoon zijn ook op bezoek, iets wat maar eens per jaar gebeurt, omdat ze zo’n 400 km verderop wonen in Nuuk, de hoofdstad van Groenland. De mevrouw spreekt alleen Groenlands en Deens, maar de dochter spreekt goed Engels en de gidsen ook, dus het is een mooie meertalige conversatie en onderwijl krijgen we de ene kop koffie naar de andere en 2 keer zelfgemaakt gebak wat super goed smaakt.

Ik was wel benieuwd wat ze hier nu van de klimaatverandering merken. Ze merken ook op dat de gletsjers terugtrekken en dat er meer ijsbergen in de fjorden drijven. De mevrouw heeft zelf een groentekas voor haar huis staan en in het keukenraam heeft ze een komkommer groeien. Omdat ze dicht bij zee wonen vriest het water in het fjord voor het huis maar eens in de pakweg 30 jaar dicht.

11 juli – We komen in een doopdienst in het kerkje van Qassiarsuk terecht. Als onze gids Nicolaj ons het één en ander vertelt bij het kleine kerkje zien we activiteit binnen. Er blijkt een baby gedoopt te worden, dat lijkt ons wel mooi om dat te zien. Nicolaj informeert binnen even, het blijkt dat de dienst 30 minuten duurt en we zijn welkom. We nemen achterin plaats, de voorganger vult onderwijl het doopvont en voegt nog een beetje water uit een waterkoker toe om de temperatuur wat aangenamer te maken voor de baby.

Als ik in deze kleine Groenlandse kerk zit dan had je mij kunnen vertellen dat het 1900 was en ik had het geloofd, afgezien van die waterkoker, totdat ik een paar rijen voor mij een meisje een foto zag maken met een smartphone. Nu had ik voordat de dienst begon al even een foto gemaakt van het interieur en had ik mij voorgenomen om tijdens de dienst niet te fotograferen, maar als zij het mag, mag ik het ook 😉 Ik heb een nette foto gemaakt vanaf de achterste rij zonder flits.

Een ander vreemde gewaarwording was dat ik op gegeven moment eens naar buiten keek door één van de ramen aan de kant van het fjord. Terwijl ik nog in mijn 1900 sfeer verbleef zie ik aan de andere kant van het fjord, zo’n 9 km verderop, het vliegveld van Narsarsuaq. Het was een vreemde gewaarwording, dit kleine dorp zonder infrastructuur gescheiden door een fjord met een wereld waar de vliegtuigen van en naar Denemarken en IJsland landen en vertrekken.

Wat ook opviel in deze kerk was dat er op ieder uiteinde van de houten bank een kaars brandt. Twee keer valt er een brandende kaars op de houten vloer, maar deze wordt rustig terug geplaatst. Van de dienst verstaan we niets, want alles is in het Groenlands, maar het was mooi om dit mee te maken en te zien. Het hele kleine dorp liep toch uit voor de kleine nieuwe wereldburger, buiten bij de kerk stonden geen auto’s geparkeerd, maar wel een aantal quads.